Genealogie Huiberts Genealogie de Jager Genealogie Klop Genealogie de Noo Genealogie Tigelaar Genealogie Everaars Genealogie Spijkman Genealogie Meerstadt Personenindex Begrippen Histovaria Geocaching Winkeltje | Shop
Startpagina Genealogie Meerstadt Andere tijden Alida Finck

Genealogie Meerstadt


Onderzoek Familiearchief Andere tijden

Alida Finck

Gastenboek Met dank aan Updates Privacy Sitemap Contact

Rapport inspectiebezoek Feijenoord

De weeskinderen die naar het platteland werden uitbesteed, hadden het waarschijnlijk in het algemeen niet zo slecht. Uit de brieven, die Willem van Barneveld aan de regenten van het Aalmoezeniersweeshuis in Amsterdam stuurt, blijkt dat de meeste problemen niet voortkwamen uit slechte behandeling door de boeren bij wie de kinderen ondergebracht waren.
Ze hadden vaak heimwee naar hun oude omgeving of naar familieleden die ze hadden moeten achterlaten, er waren ongelukken of ziektes, of meisjes werden zwanger.
Daarentegen hadden kinderen die naar fabrieken uitbesteed waren het meestal niet zo goed getroffen. Een enkele keer bereikten rapporten over slechte behandeling de regenten van het weeshuis en als het erop leek dat het werkelijk de spuigaten uitliep, werd er een onderzoekscommissie naar de plaats van uitbesteding gestuurd.
Hieronder het verslag dat de regenten de Bruine en Jacobsen uitbrachten over een inspectiereis naar een textielfabriek op Feijenoord bij Rotterdam dat in die tijd nog een eilandje was. De eigenaar van de fabriek, de heer van der Hoeven zou zo uit een boek van Dickens weggelopen kunnen zijn. Uit een opmerking in een publicatie van van Barneveld blijkt dat hij zijn neef was.

De reis van De Bruine en Jacobsen naar Feijenoord

Rapport van de Ondergetekenden, gecommitteerde van wegens deze Vergadering, om den toestand der Kinderen te Feijenoord op te nemen.

Myne Heere en Mede Regenten, vereerd met UEd vertrouwen, hebben wij l.l. Vrijdag den 13e Juny de reise naar Feyenoord aangenomen, en zijn aldaar zaturdag morgen onder eene hevige Storm, die den overgang der Rivier eenigzints gevaarlijk maakte, vroegtydig gearriveerd.
Wy hadden het zodanig aangelegt, dat wij op het zogenaamd ontbijt hadden kunnen tegenswoordig zijn, dog in den langdurige tijd van onze overtogt was dit reeds gepasseerd.
Onse komst was geheel onverwagt en verwekte zeer veel confusie. En geen wonder, daar wij bij het oog vestigen op het gebouw zagen, dat de vensters van een gedeelte aan de hengsels hingen, de gebroken glasen met hooy of zakken gestopt waren, en alles het voorkomen van diep verval aanduidde, en al dadelijk deze bemerking maakte.
Na een geruimen tijd wagten verscheen de oude heer ter Hoeven, welke bij Avance veel Excuse maakte, zich bitter beklaagde over den tegenstand, dien hij ontmoete, over de duurte der tijd, over particulieren wederwaardigheden en te kennen gaf, dat alles wel niet zoude zijn naar behooren, dat zijn suppoosten hem bestolen en bedrogen hadden, dat hij nu een proponent had laten prediken en veele discoursen meer.
Vervolgens stelde hij de commissie voor om of de kinderen dadelijk te zien zoodanig als zij gekleed waaren, of hun eerst te laten verkleeden; dog het eerste wierd voor het beste gekeurd.
De Commissie heeft zich doen naar een Locaal begeven de Spinsaal genaamd, alwaar de kinderen zaten te Spinnen, terwijl aan hun wierd rondgedeeld een kroes met het vogt van Paarde bloemen op water afgetrokken voor derzelver gezondheid.
Het valt moeielijk eene beschrijving van de kinderen te geven, de traanen stonden op ons inkomen in aller ogen, en het was of zij lieden van ons hulp en bijstand vroegen.
Het spinnen ging Lusteloos, en daar over beklaagde zich de heer ten Hoeven ook zeer, en hij verhaalde ons dat de kinderen welke te voor 560 Lb 's weeks sponnen, nu ter naauwernood 130 Lb afwerkten.
Wij spraken van tijd tot tijd met de kinderen welke bitterlijk klaagde, dog hunne klacht wierd telkens afgebroken door ter Hoeven, die hun voor weerbarstige, voor deugnieten, en dergelijke uitmaakte; waar over wij onse verwondering te kennen gaven; daar de meeste bekleed waren met Eeretekenen van goed gedrag.
In die Spinsaal was ook een apotheek opgeslagen, en de leermeester stond daarbij zonder een woord te spreken.
We vroegen naar het school en school onderwijs, dog hij wedervoer ons, dat zints negen maanden, door gebrek aan localiteit geen school onderwijs was gegeven; en dat om de zelfde reden de straf der Gevangenis niet meer wierd uitgeoefend, dewijl dat locaal tot een schoenmakers winkel diende.
Wij maakten hier over onse billijke aanmerkingen, en gingen also vast tot de slaapkamers, welke slegt en morsig waren, terwijl de glas ramen met lappen en lorren waren toegestopt alwaar de glasen gebroken waren.
Wij zagen dan ook de zolders, waarop de wol gekaart wierd, de schoenmakers winkel alwaar een der Wurtenbergsche vreemdelingen de functie van baas waarnam; de Timmermans Winkel; de Musiek kamer waar wij een oud man als meester vonden; en eindelijk de keuken, alwaar weder een Wurtenbergsche emigrant de functie van kok waarnam.
De middags spijs was gort.
Alles wat wij zagen bewees ons, dat er wanorde, dat er gebrek aan de eerste behoeften was, en *onse zielden door deze twee ere geweldig geschokt*. De kinderen liepen ons telkens na en verzogte ons om verlost te worden; verhaalden ons dat zij geen eeten kreegen en het aller ellendigst hadden. Wij stelden ter Hoeven voor, om ons een twintigtal kinderen op wier gedrag hij niet aan te merken wist in een aparte kamer wilde zenden, ten einde met hun te kunnen spreken. Hij zond ons Jan Bootman, Isaac van Duynen, Gerrit Bootsman, Jan Pieters, Gerrit Scheffer, Willem van Voren, Jan Scheffers, Anthony de Ruyter, Jacobus van Steeden; Maria Geelmuiden, Emerentia van Nie, Elisabeth van Loon, Catharina Margaretha van Nie, Dirkje Wintsmeyer, Johanna Petronella Bootsman, Neeltje de Graaf, Jannetje van Steede, Johanna Scheffers.
Wij zeiden de kinderen, dat elk op zijne beurt spreken, en de waarheid zeggen moesten, zonder iets af te doen: en verzogten hun antwoord op de volgende vragen.
Hoe is het met het onderwijs
Hoe met het Godsdienstig onderwijs en de Godsdienstvereering
Hoe met de kleding
Hoe met de ligging en eindelijk Hoe met het voedsel gelegen?
Hun antwoord was dat er in geen negen maanden onderwijs was gegeven, dat de meester geen geld kreeg en dus niet langer leeren wilden, dat zij wel leerden spinnen dog er geen liefhebberij meer in hadden om dat zij geen geld meer kreegen; en dus niet meerder deden als zij zelf verkosen. Dat zij zelfs geen lust meer hadden om te speelen, en op de speeltijd maar bij elkander bleven zitten.
Dat zommige kinderen nog wel musiek leerden, dog dat dit om de lusteloosheid niet veel vorderde. Dat behalve de gewone gebeden, alleen zondags een uur eene rede wierd gelesen uit een boek van een of ander predikant; dat er voorleden week weder, een Dominee gepredikt had, dog dat zij niet wisten of deeze terug zoude komen.
Dat zommige kinderen slechts een pak en zommige meisjens maar een rok hadden, dat zij op zijn best twee hemden en niet eens alle twee paar schoenen hadden.
Dat zij die hemden moesten dragen 14 dagen, dog als het uitgetrokken stuk was, als dan het aangetrokken zo lang dat het andere heel was, waardoor zij soms geen 5 weken verschoond waren geworden: en het geen dan ook ten gevolgen had gehad, dat in de winter hunne kleederen in de oven geworpen zijn, om het ongedierte, het geen niet meer te beredden was, te verbranden.
Dat wanneer de schoenen stuk waren, zij op sloffen of klompen moesten gaan tot die weder versteld waren, dat uit gebrek aan schoenmakers en leder dikwijls weken duurde. Dat in de koude en den togt dikwijls 2 kinderen en meer bij elkander in de krebben lagen.
Dat de verschoning voor het beddegoed ter naauwer nood drie maal in een Jaar plaats had gevonden.
Dat het voedsel aller ellendigst was. Dat zij 's morgens van November af niet gegeten hadden dan Gort in Water gekookt in de plaats van Soup; dat zij niet anders gegeten hadden dan aardappelen, waarbij een sous van azijn en water en 5 lb. boter voor 310 kinderen.
Dat zij geen vleesch anders gehad hadden, dan sondags, edog niet altoos, dat dit dus onbeduidend was, en soms wierde afgewisseld met Ham die niet deugden, en eindelijk in de Maas is geworpen, of met slechte stok of zoute Visch.
Dat zij geen brood hadden gehad in veele maanden; dog dat nu vermits de aardappelen terug gehaald wierde, zij eenige ochtende bij de zogenaamde Soupe, een seer dun sneedtje roggebrood gekregen hadden.
Dat er nu geene andere knechten of meiden waren dan Wurtenbergsche emigranten, en dat deze nu alles moesten gereed maken en schoon houden.
Dat zij hier over wel eens geklaagd hadden dog dan deerlijk rotting slagen bekomen hadden.
Wij hebben de kinderen laten weggaan, dit een en ander aan ter Hoeven gezegd, en hem gevraagd, wat hij hier tegen had inbrengen? Hij heeft dit wel eenigzints bemanteld, dog au fond beaamt; en zich zoo geperplexeerd gedragen, dat men om zijn 70 Jaarige ouderdom met hem medelijden moest hebben.
Hij nam dus aan, om hier in redres te zullen maken en zoude ons een Memorie zenden.
Dog hij verzogt ons, dat wij, voor dat wij heen gingen nog eens in de zaal zouden gaan, en de kinderen bemoedigen, en hun zeggen, dat de tijden slecht en duur waaren, en wat dienstig was om zijn crediet bij hen niet te verliesen.
Wij deden dit, en vonden nu de kinderen netjes gekleed, zij zonge met muziek; en wij moeten versekeren, dat ons dit goochelspel wonderdadig getroffen heeft.
Wij moeten er ten slotte bij voegen, dat de kinderen er tamelijk gezond uitzagen en men zich niet begrijpen kan, dat zij zoo veel gebrek geleden hadden.
Wij zijn dus vervolgens weder vertrokken en hebben thands de Eer UEd dit verslag te communiceeren.

Amsterdam, 19 Juni 1817
A: de Bruine

Waarop, gedelibereerd zijnde word besloten de Commissie voor hunne gedane moeite te bedanken, den President te verzoeken, deze zaak amicaliter aan den Heer Vollenhoven te communiceeren, en zijne opinie deswegens te vernemen; voorts om den Heer Thesaurier zulks meede te informeeren, en eene definitieve resolutie deswegen te nemen, naar dat men de meening der beide heeren had ingenomen.

Eene Waarneming Documenten